Protocol Peuterspeelzaal Dribbel & COVID-19

8 februari 2021


Algemene maatregelen:
De kinderopvang (KDV 0-4 jaar) is met ingang van 8 februari 2021 weer volledig geopend.

De laatste versie van de adviezen van het RIVM zoals opgenomen in het Generiek kader
Kinderopvang en scholen (0-12 jaar). RIVM is het uitgangspunt van alle maatregelen, aangepast
voor de kinderopvangsector. De volgende algemene maatregelen zijn van kracht en nemen
kinderopvangorganisaties in acht:

1. Afstand houden.
• Tussen de peuters hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.
• Tussen leidsters en peuters hoeft ook geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.
• Tussen leidsters onderling moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden, bewaar
• ook in de gemeenschappelijke ruimtes (pauzeruimte, gangen, toiletten) 1,5 meter afstand.
• Tussen leidsters en ouders moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden. Ouders komen niet binnen, tenzij strikt noodzakelijk. Als ze binnenkomen, dragen ze een mondneusmasker.

2. Hygiënevoorschriften.
Onderstaande punten zijn een aanvulling op de standaard hygiënemaatregelen in de
kinderopvang en op scholen. Zie ook de Hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven,
peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang | RIVM.

• Wij zorgen ervoor dat medewerkers als kinderen een goede handhygiëne kunnen aanhouden. Wij zorgen voor water en zeep. Faciliteren het handen wassen in ieder geval: bij aankomst op opvang of school, na het buiten spelen, voor het (klaarmaken van) eten, na toiletbezoek, na contact met dieren en bij vieze of plakkerige handen. Een alternatief voor handen wassen met water
en zeep kunnen reinigingsdoekjes voor de handen zijn. Zie ook Hygiëne en COVID-19 | RIVM.
• Wij communiceren over de hygiënemaatregelen en laten iedereen deze zo nauwkeurig mogelijk opvolgen: niet met hun handen aan hun gezicht, geen handen schudden, hoesten of niesen in hun elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes om hun neus te snuiten en daarna weg te gooien.
• Wij zorgen voor instructies om de (jongere) kinderen te helpen met het goed leren handen wassen en hoest- en nieshygiëne aan te houden.
• We maken handcontactpunten zoals deurklinken, touchscreens (die meerdere personen aanraken) en lesmateriaal meerdere keren per dag schoon met schoonmaakdoekjes of met water en zeep (bijvoorbeeld allesreiniger).
• Wij zorgen ervoor dat medewerkers over een eigen eetgelegenheid/pauzeruimte/ toilet(ten)/etc. beschikken waar zij afstand kunnen houden van elkaar en hygiënemaatregelen kunnen opvolgen.
• Er wordt gezorgd voor voldoende (hand)zeep en papieren handdoekjes in de toiletten.
• Na iedere werkdag wordt de ruimte/voorziening goed schoon gemaakt volgens het reguliere schoonmaakprotocol.
Eén of meerdere personeelsleden zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van deze
hygiënemaatregelen.
Wij reinigen onze handen met water en zeep. Zo kun je ziektewekkers verwijderen. Handenwassen werkt het beste bij de preventie van besmetting. Wees terughoudend met het gebruik van
handdesinfectiemiddelen bij kinderen vanwege het gevaar van vergiftiging door inname van deze
middelen.

3. Ventilatie en binnenklimaat
• Zorg voor voldoende ventilatie door of ramen op een kier te zetten, of via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen.
• Lucht groeps- en opvangruimtes en andere ruimtes elke dag regelmatig. Doe dat niet als er meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld vóór aankomst van de kinderen of tijdens het buitenspelen door de ramen en deuren 10 à 15 minuten tegenover elkaar open te zetten.

4. Besmetting op locatie
In het geval van een positieve besmetting onder medewerkers of kinderen op de locatie wordt de GGD afdeling infectieziektebestrijding geïnformeerd door de houder. Wanneer een persoon (kind of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de kinderopvang/school. De GGD komt, indien van toepassing, met adviezen of neemt de regie in de te nemen maatregelen.
Dit is het stappenplan (handelingsperspectief) op voor besmettingen of uitbraken op opvang Handreiking-contact-en-uitbraakonderzoek-kinderen
Maatregelen voor kinderen:
NB: De Handreiking bij neusverkouden kinderen van het RIVM zit momenteel in een herzieningsprocedure. Zodra de nieuwe versie beschikbaar is zal deze worden opgenomen in dit protocol. Tot die tijd gelden onderstaande regels.

A. Kinderen wel naar de opvang:
Kinderen mogen met milde verkoudheidsklachten, astma of bekende hooikoortsklachten naar de kinderopvang, behalve:
• als het kind andere klachten heeft die passen bij COVID-19 zoals: koorts (38 graden Celsius en hoger), benauwdheid, meer dan incidenteel hoesten, plotseling verlies van reuk en/of smaak;
• als zij een huisgenoot zijn van een patiënt met een bevestigde COVID-19 infectie;
• als er iemand in het huishouden van het kind is die naast (milde) corona klachten ook koorts (38 graden en hoger) en/of benauwdheid heeft en er is nog geen negatieve testuitslag.
• Als een broer of zus in quarantaine moet omdat uit bron- en contactonderzoek is gebleken dat een kind in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatief (dus alle minuten bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest, mag het kind wel gewoon naar de opvang. Voorwaarde is wel dat zij niet zijn blootgesteld aan de positief geteste persoon. Als de broer of zus vervolgens klachten van koorts of benauwdheid ontwikkelt of positief wordt getest, mag deze broer of zus niet meer naar de opvang (zie ook onder 2, thuisblijfregels).

In strijd met de huidige richtlijnen vanuit het RIVM willen we u toch vragen uw verkouden kind zoveel mogelijk thuis te houden. Waarom? We zijn een kleinschalige peuterspeelzaal met weinig mogelijkheden voor vervanging. Als 1 van de leidsters ziek wordt, moet waarschijnlijk de peuterspeelzaal sluiten, totdat de desbetreffende leidster een (negatieve) testuitslag heeft. Wij willen u vragen dat risico samen zo klein mogelijk te houden.

Zie voor meer informatie over COVID-19 en kinderen coronavirus-covid19/kinderen. Zie voor de handreiking van het RIVM bij neusverkouden kinderen langdurig-neusverkouden-kinderen.

Indien u twijfelt of uw (verkouden) kind naar de peuterspeelzaal mag, kunt u telefonisch contact opnemen met de pedagogisch medewerkers van de peuterspeelzaal.

Als een kind chronische verkoudheidsklachten, hooikoorts of astma heeft en dit past bij de gebruikelijke klachten, dan kan het kind na overleg tussen ouder en houder naar de opvang. Bij twijfel of als de klachten veranderen moet het kind thuisblijven tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn of het bekende klachtenpatroon is teruggekeerd. Het RIVM heeft een handreiking opgesteld en de lokale GGD kan advies geven in specifieke situaties, langdurig-neusverkoudenkinderen

B. Thuisblijfregels voor kinderen:
In de volgende gevallen moet een kind thuisblijven:
• Kinderen mogen pas weer naar de peuteropvang als zij 24 uur geen klachten meer hebben en naast verkoudheidsklachten verder niet ziek zijn of na een negatieve test.
• Als iemand in het huishouden van het kind naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het kind thuis.
• Als iemand met koorts/benauwdheid in het huishouden van de kinderen negatief getest is voor COVID-19 mogen de kinderen weer naar de opvang.
• Als degene met klachten in het huishouden van de kinderen getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan zijn de adviezen van de GGD over de te nemen maatregelen leidend. Kinderen moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot, als er sprake is van strikte zelfisolatie (dat wil zeggen geen risicocontact tussen de besmette persoon en alle huisgenoten). Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan mogen alle overige huisgenoten (dus ook kinderen) als zij zelf geen klachten hebben zich vanaf de 5e dag na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot laten testen op COVID-19. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen. Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten kinderen in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag.
• Als uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat een kind in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatief (dus alle minuten bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest met een besmette persoon, gaat het kind in quarantaine. Het kind kan zich laten testen op COVID-19 vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Ook als het kind geen klachten heeft. Is de uitslag negatief? Dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.
• Kinderen die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine te gaan. Vanaf de 5e dag kan getest worden op COVID-19. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.
Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.

C. Testbeleid kinderen:
Ouders van kinderen t/m 12 jaar worden verzocht hun kinderen met klachten passend bij COVID-19 te laten testen. Kinderen die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is. Testen van kinderen jonger dan 12 jaar wordt in ieder geval dringend geadviseerd als:
• de klachten niet (alleen) bestaan uit verkoudheidsklachten (= loopneus, neusverkoudheid, niezen en/of keelpijn) maar ook als er sprake is van hoesten, koorts en/of benauwdheid), of anderszins ernstig ziek is,
• het kind corona-gerelateerde klachten heeft na contact met iemand met corona,
• er een indicatie is in het kader van een bron- en contactonderzoek,
• het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.

Zie voor het testbeleid coronavirus-covid-19/testen

D. Beperk het contact tussen groepen kinderen:
• Als er sprake is van een kind of medewerker met COVID-19 op de opvang, ontstaat er risico op besmetting van de contacten van deze persoon. Om het aantal besmettingen te beperken zijn de maatregelen t.a.v. het bron- en contactonderzoek voor kinderen en de quarantainerichtlijnen aangescherpt. Hierdoor bestaat het risico dat grote groepen kinderen bij één positieve coronatest (bij een medewerker of ander kind) op de locatie in quarantaine moeten. Daarom is het van groot belang om het aantal contacten per kind en medewerker zoveel mogelijk te beperken, waar dit mogelijk is binnen de context van de opvanglocatie.
o Beperk zoveel mogelijk het contact tussen de verschillende stam- of basisgroepen.
o Beperk zoveel mogelijk het inzetten van pedagogisch medewerkers op verschillende groepen.
o Beperk het gebruik van gezamenlijke ruimtes door deze zo min mogelijk op hetzelfde moment door verschillende groepen te laten gebruiken.
o Beperk zoveel mogelijk het gelijktijdig buitenspelen met verschillende groepen
o Beperk zoveel mogelijk het openen en sluiten met samengevoegde groepen
o Beperk zoveel mogelijk de aanwezigheid van personeel op de locatie tot alleen voor de opvang noodzakelijk personeel


5. Maatregelen voor ouders
De houder kan een aantal maatregelen nemen die door de ouders in acht moeten worden genomen. Stem af met de personeelsvertegenwoordiging. Informeer ouders en de oudercommissie en doorloop waar van toepassing de adviesprocedure met de oudercommissie. Onderstaand de belangrijkste maatregelen.

A. Organisatie van breng- en haalmomenten.
De breng- en haalmomenten zijn zo georganiseerd dat 1,5 meter afstand gehouden wordt tussen volwassenen. Communiceer deze maatregelen naar alle ouders. Voorbeelden van bijzondere maatregel zijn:
• Spreiding in haal- en brengmomenten.
• In etappes brengen van kinderen en/of ouders op locatie weigeren, tenzij dit noodzakelijk is. Als dit noodzakelijk is, beperk dan het maximum aantal ouders dat tegelijk naar binnen mag.
• Met inachtneming van de emotionele veiligheid kan de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar pm’er, plaatsvinden op 1,5 meter afstand. Als er peuters zijn die moeite hebben met afscheid nemen, kan de ouder de peuter bij de deur zetten. De ouder zet dan een stap naar achter, zodat de leidster de peuter kan overnemen. De ouder verlaat het schoolplein. De leidsters zullen in de loop van de ochtend bij de betreffende kinderen telefonisch contact opnemen hoe het gaat. Mocht het zo zijn dat de peuter niet te kalmeren valt, dan kan de peuter eerder opgehaald worden.
• Lijnen aanbrengen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten.
• Kinderen onder begeleiding van de pm’er buiten laten ophalen.
• Ouders dienen ook buiten 1,5 meter afstand houden.

B. Tijdsduur.
Breng- en haalmomenten zijn kort. We vragen het begrip van alle ouders dat er minder gelegenheid is om iedereen te woord te staan tijdens het halen en brengen. Bij bijzonderheden zullen de leidsters het initiatief nemen om telefonisch contact te zoeken. Ook kunnen ouders altijd bellen naar Dribbel van maandag t/m donderdag van 12.00 uur tot 12.30 uur. Dit kan op nummer 06-12484133. Ook kan er altijd een afspraak gemaakt worden met een van de leidsters.

C. Eén ouder.
Kinderen brengen en halen door één volwassene, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken.

D. Ouders niet naar de opvang.
Een ouder mag kinderen niet zelf halen of brengen als er sprake is van corona-gerelateerde klachten en/of als diegene wacht op de testuitslag. De ouder moet dan thuisblijven. Ouders die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, gaan bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.

E. Gebruik mondneuskapje door ouders.
Voor ouders geldt dat zij een mondneuskapje moeten dragen wanneer zij hun peuter komen brengen en/ of ophalen op de locatie. Dit vanwege de kleine ruimte bij de ingang. Alleen bij strikt noodzakelijke situaties ( zoals een ongeval ) worden ouders toegelaten op de locatie, waarbij een mondneuskapje wordt verplicht.

6. Maatregelen voor medewerkers
Voor de medewerkers op de groep gelden de volgende regels:

A. Medewerkers moeten de gezondheidscheck doen voor aanvang van de werkzaamheden. Als een van de vragen met ‘ja’ wordt beantwoord, dan moet de medewerker thuisblijven en zich laten testen.

B. Testbeleid:
Iedereen kan zich met corona-gerelateerde klachten laten testen. Het gaat om (milde) klachten als:
• Hoesten;
• Neusverkoudheid;
• Loopneus;
• Niezen;
• Keelpijn;
• Verhoging tot 38 graden of koorts (vanaf 38 graden);
• Plotseling verlies van reuk of smaak.

Je hoeft niet eerst naar een (bedrijfs)arts voor een doorverwijzing; je kunt rechtstreeks een afspraak maken bij de GGD. Een ondernemer kan ook zelf voor zijn medewerkers (snel)testen inkopen. Zie voor meer informatie: https://www.rivm.nl/coronavirus -covid -19/testen. Totdat de uitslag van de test bekend is blijft de medewerker thuis.

Voorrang bij teststraat GGD:
Medewerkers in de kinderopvang kunnen binnenkort met voorrang getest worden bij de teststraat van de GGD. Dit wordt nu voorbereid. Als hier meer informatie over beschikbaar is zullen het protocol en de informatie op www.rijksoverheid.nl geüpdatet worden.

Testuitslag:
Negatief: Indien de test negatief is, kan de medewerker weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen.

Positief: Indien de test positief is, moet de medewerker ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker weer aan het werk. In geval van besmetting van een ouder of een kind, treden de ‘Thuisblijfregels voor kinderen’ in werking.

Als een personeelslid zich zonder klachten laat testen op COVID-19 en positief test, blijft het personeelslid in ieder geval tot 5 dagen na testafname in isolatie. Ook de huisgenoten en nauwe contacten gaan in quarantaine. Als het personeelslid na 5 dagen nog klachtenvrij is, mag zij uit isolatie en wordt ook de quarantaine voor huisgenoten/nauwe contacten opgeheven. Als het personeelslid binnen de 5 dagen na testafname klachten krijgt, blijft deze persoon langer in thuisisolatie. Ook moeten de huisgenoten dan thuis in quarantaine blijven tot 10 dagen na het laatste risicocontact.

C. Huisgenoten met klachten:
Als iemand in het huishouden van het personeelslid naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft blijft het personeelslid thuis. Als de testuitslag negatief is, mag het personeelslid weer naar het werk.

Als iemand in het huishouden van het personeelslid getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan zijn de adviezen van de GGD over de te nemen maatregelen leidend. Personeelsleden moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot, als er sprake is van strikte zelfisolatie (dat wil zeggen geen risicocontact tussen de besmette persoon en alle huisgenoten).

Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan kunnen de huisgenoten als zij zelf geen klachten hebben ontwikkeld zich vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon laten testen. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten personeelsleden minimaal in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag. Zie voor informatie: informatiebriefhuisgenootthuis


D. Risicogroepen
Personeelsleden die in een risicogroep vallen of met gezinsleden die in een risicogroep vallen (risicogroep is conform de RIVM lijst, zie COVID-19 | LCI richtlijnen (rivm.nl)), kunnen niet worden verplicht te werken op de groep. In overleg met de bedrijfsarts/behandelaar kan besloten worden om andere werkzaamheden te doen:
1. vanuit huis of
2. (elders) op de locatie of
3. om op de groep te werken waarbij zoveel als mogelijk wordt gelet op het houden van 1,5 meter afstand tot volwassenen én kinderen en op hygiëne.

E. Zwangeren
Personeelsleden die zwanger zijn en kinderen opvangen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar, voeren vanaf het laatste trimester (vanaf week 28) alleen werkzaamheden uit waarbij het lukt om 1,5 meter afstand van anderen (zowel kinderen (4 tot 13 jaar) als volwassenen) te houden. De werknemer gaat hierover in overleg met de bedrijfsarts/ behandelaar. Deze preventieve maatregel geldt niet (meer) voor zwangere werknemers die kinderen opvangen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, binnen de 1,5 meter.

F. Reisadvies
Voor personeelsleden die terugkeren uit een land of gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine te gaan. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.

G. Gebruik mondneuskapje
Tijdens de opvang op de locatie wordt het dragen van een mondneuskapje niet verplicht gesteld, tenzij de pedagogisch medewerker hier zelf voor kiest. Tijdens het breng- en ophaalmoment dragen de pedagogisch medewerkers een mondneuskapje bij de ingang.

H. Bron- en contactonderzoek of CoronaMelder
Als uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat een personeelslid in contact is geweest met een besmette persoon, gaat het personeelslid in quarantaine. Het personeelslid kan zich laten testen op COVID-19 vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Ook als het personeelslid geen klachten heeft. Is de uitslag negatief? Dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.